donderdag 19 februari 2009

Frederic's eerste bezoek aan de Leopoldstraat

Als je voor de eerste keer door de Leopoldstraat loopt kunnen de woorden “grauw”, “oninteressant” en “niets te zien” in je opkomen. Ofwel is dat de schuld van het miezerige weer in combinatie met het feit dat het een koude februari is, ofwel omdat je gewoon nog niet goed hebt rondgekeken. Aanvankelijk dacht ik dat mijn eerste bezoek het eerste dreigde te worden.

Begin februari 2009: het lijkt wel te vriezen, terwijl de thermometer toch al een vier graden celcius boven nul aangeeft. Mijn korte wandeling begint aan de Bourla, waar de Leopoldstraat eigenlijk begint. Na twintig meter dank ik dat ik doorheb hoe de straat is opgebouwd. Aan alletwee de kanten boetiekjes, af en toe een, zo lijkt het, verdwaalde kleine middenstander en wat woonhuizen. In het midden van de straat kom je echter op je rechterkant een contrast tegen dat de straat siert, want daar duikt de Plantentuin op. De Leopoldstraat verrastte me voor de eerste keer vandaag. De schijnbaar oninteressante straat doet niet vermoeden dat er een plaats is die je de drukte doet vergeten. De poortjes tot dit hemelse rijk der rust waren eerst nog gesloten, maar na vijf minuten te staan koukleumen kwam de tuinman van dienst me dan toch verlossen.

De groene oase die de charme van deze straat gestalte geeft, ligt er op het moment eerder doods bij. Geen enkel plantje lijkt de strenge winter te hebben overleeft. En dat zou spijtig zijn, want deze 200-jaar oude tuin zorgt elk jaar in de zomer voor rust in de drukte van de stad. Maar ook nu kan je zien dat de gemiddelde Antwerpenaar trots is op “zijn tuin”. Er komt een oude man voorbij, die niets meer lijkt te doen dan gewoon wat wandelen. Terwijl ik verder de tuin verken, merk ik dat kunststudenten het beste van zichtzelf aan het geven zijn om deze bloemen- en kruidentuin op doek vast te leggen. Bij het terugkeren naar de ingang merk ik het grote standbeeld op van de oprichter. Een fiere Peeter van Coudenberghe (het imposante standbeeld uit 1861 althans) kijkt uit over de door zichzelf opgerichte “Plantentuin”.

Nadat ik terug op rust ben gekomen, ga ik weer verder de straat door. Eerst wilde ik nog wat in de tuin blijven, maar ik hoopte dat de Leopoldstraat me nog een keertje zou verrassen. Ik wandelde voorbij het ZNA, het ziekenhuis dat het uitzicht van de straat mee bepaald, enkele winkels waarvan ik het bestaan afwist, maar niet doorhad dat die zich in deze straat bevinden om uit te komen op een plaats waar ik me even niet meer op deze wereld waande. Terwijl ik op het einde van de Leopoldstraat sta, merk ik dat er trams om me heen rijden, de cafétjes stilaan z’n deuren openen en er zelfs een zonnestraal zich een weg door het wolkendek baant. Plots besef ik dat de straat, die me eerst enorm interessant leek, toch stilaan z’n deuren begint te openen. Misschien ben je niet onmiddellijk verliefd op de Leopoldstraat, de liefde die zich na een tijdje in je hart nestelt is er één die diep gaat.